Posts tonen met het label vrije tijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrije tijd. Alle posts tonen

maandag 12 augustus 2013

Kan het wat zachter aub?


Wanneer je in de zetels van een Senegalese taxi of bus ploft, zijn er twee zaken die je tijdens de rit kunnen ergeren: het gebrek aan bewegingsruimte en de muziek die de autoradio op het hoogste volume afspeelt. Je voelt je er sowieso een sardine in blik. Dat is onvermijdelijk. Voor de chauffeur geldt: hoe meer zielen, des te meer poen. Maar of hij de onaangenaam schrille muziek wat zachter zette, kon ik wel vragen. Het Senegalese muzieklandschap heeft me die tien maanden dus niet bepaald gecharmeerd. Maar dat maakt een taxi- of busrit niet minder memorabel. Op de achterbank van deze gele afdankers konden we ons aan vier soorten muziek verwachten. Naar mijn mening, allen verschrikkelijk enerverend. Maar over smaken en kleuren valt niet te discussiëren, neem ik aan.

Is je chauffeur een liefhebber van Amerikaanse pop, dan worden je oren verwend met de stem van artiesten als Justin Bieber, Rihanna, Lady Gaga, Beyoncé en Shakira. Ik ben al geen fan van Q-music en MNM. Dus de zware voet van de taxibestuurder stoorde me niet. Als ik maar zo snel mogelijk de auto weer uit kon. De kinderen en begeleiders in TSX vinden deze muziek echter wel fantastisch. Het spreekt voor zich dat de muziek- en dansnamiddag op dinsdag niet echt m'n lievelingsactiviteit was.
maar ze kunnen toch zo schattig dansen...


Chauffeurs, fier op hun cultuur en traditie, zetten eerder muziek van eigen bodem op. Het Senegalese pop-genre heet Mbalax, een muzikale mix van jazz, soul, rock, Latin en natuurlijk een uitgebreid aantal percussie instrumenten. 
Mbalax betekent 'ritme' en laat het juist dit zijn waar ik niet aan kan wennen. Dit ritme, begeleid door de djembé, tama en sabar, is vaak van groter belang dan de melodie en is opzwepend en onvoorspelbaar. Erop dansen lijkt me dan ook een ware sport. De zang volgt het ritme van de muziek en komt wel eens over als een vertelling met veel hoogtes en laagtes. 
Youssou Ndour blijft ongetwijfeld de populairste Mbalax muzikant. Nu hij als minister van toerisme en cultuur fungeert, komt Ndour het podium echter niet meer op. Pape Diouf maakt van deze gelegenheid gebruik om naambekendheid te maken. Ik vind er niets aan maar die Mbalax hoort nu eenmaal bij muzikaal Senegal. 

Youssou Ndour was volgens velen beter blijven musiceren

Pape Diouf pronkt met een Rolls Royce 

Dat de zangers of zangeressen iets lijken te vertellen in plaats van te zingen, komt voort uit een aloude orale traditie. Noch het Wolof noch het Sérèr, Diola of het Bambara kennen hun eigen schrift. De geschiedenis van familie, volk en tradities wordt doorgegeven via gezangen die een griot, de zanger-dichter, in zijn bovenkamer heeft opgeslagen. Taximannen die geïnteresseerd zijn in vertellingen over legendarische koningen, stamhoofden, religieuze veroveringstochten of de tradities van hun voorouders, laten op de radio graag griots aan het woord. Vaak zijn deze zingende geschiedenisboeken ook nog eens meesters in het bespelen van de kora of de djembé. 


muzikant met djembé (links) en kora-speler (rechts)

Je hoofd staat op ontploffen als de chauffeur een fanatieke islam belijder blijkt en de volumeknop 360° draait bij het horen van Islamitische gezangen. In het berichtje 'En we gaan op bedevaart' vertelde ik al dat Mouriden geregeld samenkomen om gezamenlijk, al zingend én schreeuwend, een hulde te brengen aan hun marabout. Deze zangstonden worden ook uitgezonden op islamitische radiozenders en buschauffeurs krijgen er niet genoeg van. Zij zetten wel eens enorme speakers op hun dak om de odes aan één of andere mirakel verrichtende marabout te verspreiden. Mijd dus steeds een busrit als je terwijl wat slaap wil inhalen, want dat is quasi onmogelijk. De lofzangen aan de geestelijke leiders zijn uitsluitend vocaal en vals.



Gelukkig had Senegal me op muzikaal vlak wat beters te bieden. Baaba Maal kon me bijvoorbeeld aangenaam verrassen met de variëteit aan instrumenten en genres die hij in z'n muziek verwerkt.
Ik voelde me vooral aangesproken door Orchestra Baobab met hun mengelmoes van Latijns-Amerikaanse salsa, Afrikaanse percussie en songteksten in het Frans, Spaans en Wolof. Heerlijk gewoon!




dinsdag 18 juni 2013

Intouchables


Om één van mijn inspiratieloze vrije tijdsmomenten te besteden, bracht m’n oudere broer me een Franstalige film mee. De feel-good film Intouchables kreeg lovende kritiek en viel tweemaal in de prijzen. Bovendien sprak hij me aan omdat de film deels draait rond Driss, een Senegalese immigrant die inwoont bij zijn tante in Parijs. In het verhaal komt hij, na lang dolen, goed terecht als verzorger van een van een geheel verlamde miljonair met wie hij een hechte band opbouwt.

De acteur die de rol van Driss vertolkt, heet Omar Sy, 
zoon van een Senegalees en een Mauritaanse

In Senegal lijkt het of iedereen zulk lot achterna wil gaan. Europa blijft voor hen de enige oplossing op hun voortdurende werkeloosheid. Ze zijn zelfs bereid met honderden aan boord te gaan van waggelende pirogue’s om in Spanje te stranden. In september 2012 verdronken 300 Senegalezen tijdens de gevaarlijke overtocht naar het Europese continent. En als ze het dan toch halen, wat staat hen dan te wachten? Of ze evenveel geluk zullen ondervinden als Driss in Intouchables valt te betwijfelen. En zelfs voor hem liep in het plot niet alles van een leien dakje.
De film is alleszins een aanrader. Hij werd gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. De verzorger was in realiteit echter geen Senegalees maar had Algerijnse origine. 

zaterdag 11 mei 2013

De Afrikaanse Renaissance


Omdat het op 9 mei 68 jaar geleden was dat WO II z’n einde kende, – en daarbij trouwens ook vele Senegalese infanteristen terug naar huis mochten keren – genoten we ook hier in Senegal van een vrije dag. Maurice en ik namen het busje naar het gigantische monument van de Afrikaanse wedergeboorte. 

Het betreft een bronzen beeld van een Afrikaanse man, vrouw en kind die uitkijken naar het Westen. Het is geconstrueerd door een Noord-Koreanen wiens grote leider Kim Jong Il het eindresultaat in april 2010 mee kwam bewonderen. Het komt me nogal kitscherig en cliché over: de vrouw is merkbaar kleiner en hangt aan haar sterk gespierde man, het kind zit op zijn biceps. Met een hoogte van meer dan 50 meter overtreft  het de Braziliaanse Jezus de Verlosser en het New Yorkse Vrijheidsbeeld. In het monument zijn tentoonstellingsruimtes en ontvangstkamers voorzien. In het hoofd van de man heb je een panorama over Dakar. Ik stapte met Maurice de lift in naar deze hoogste etage en we keken uit over alle wijken van de stad. Hij gaf toe last te hebben van hoogtevrees in het bronzen hoofd van de potige Afrikaan. Achteraf hielden we een picknick aan de voet van het monument.
Ik stel me nog steeds vragen bij het prijskaartje van dit enorme standbeeld. Is prestige echt zo belangrijk of had ex-president Abdoulaye Wade die 9 750 000 000 francs CFA (ongeveer 15 miljoen euro) niet op een andere manier kunnen besteden?

Jammer dat het die dag zo mistig was. Of was het fijn stof
dat boven de appartementen van Dakar hangt? Het zou me
niet verbazen.
Maurice amuseert zich met de fotocamera. Ik zit nog te eten.

Dak’art!


Mensen met een passie voor beeldende kunst, kunnen in Dakar wel een dagje vullen. De hoofdstad telt enkele leuke kunstgalerijtjes en tentoonstellingen. Institut français organiseert bijvoorbeeld elke maand exposities rond Afrikaanse én Europese schilderkunst, fotografie, ...
Niet ver van Yoff ligt het Village des Arts, een site met studio’s waar elke beroepskunstenaar zijn creativiteit de vrije loop laat gaan. Er staat ook een tentoonstellingsruimte ingericht met een best-of van elke kunstenaar die er werkt.
In februari gingen Lucile en ik erheen. We waren erg onder de indruk van het Senegalese talent. Als er iemand weet om te gaan met een breed kleurenpalet, dan zijn zij het wel.
De prijskaartjes bij de oeuvres bewezen dat de artiesten hun job wel serieus namen. Ik vroeg me af wie zulke bedragen kon betalen.
Enkele weken geleden bracht Philippe met de oudste kinderen een bezoek aan het kunstenaarsdorp. Ze waren laaiend enthousiast en kozen elk hun favoriete kunstwerk uit. Hopelijk kunnen we hen op die manier wat inspireren.



ik was dol op dit krukje 






donderdag 28 maart 2013

Zand, zand en nog eens zand


Yoff mag dan wel enerverend zanderig zijn, zand hoeft je niet altijd te irriteren. De woestijn van Lompoul op 170 km van Dakar en lijkt met z’n uitgestrekte duinen op een miniatuur van de Sahara. Het voorbije weekend brachten we er een nachtje door in tenten en liepen we blootvoets over de hete zandkorrels. ’s Avonds vielen we aan op een grote schaal couscous en lamsvlees en dansten we op djembé-muziek. Aan een kampvuur gierden we van het lachen bij het luisteren naar twee Senegalezen en hun verhalen over de Senegalese gazelles of nana’s, waarmee men hier vaak ‘vrouwen’ bedoelt. Ze hadden daarbij ook wel oog voor de meisjes in ons gezelschap. 

Het fotoalbum valt te bekijken via deze link.





woensdag 27 maart 2013

Kuieren in Mbour


De grootste en indrukwekkendste vissershaven van Senegal ligt aan de zonovergoten stranden van Mbour. Een middelgrote stad die gemakkelijk te bereiken valt vanuit Dakar. Eigenlijk wel vreemd dat we er nog niet eerder geweest waren dan drie weken geleden. Maar zoveel heeft Mbour in feite niet te bieden; Buiten het zicht op de stoere vissers die na twee tot drie weken met hun alimentaire schatten terugkeren.
Ik kuierde er rond in de straten bezet met marktkraampjes op zoek naar Mauretaanse pijptabak en een Senegalese vlag. Op deze queeste kwam ik enkele fijne figuren tegen. Ik kwam van hen te weten dat vele moslims het hier niet zo nauw nemen met hun alcohol- en drugsverbod, dat racisme tussen Arabieren en zwarten niet te onderschatten valt, dat president Jammeh in Gambia nu ook reeds de criss-cross-broek stijl heeft verboden en dat men met behulp van grigri’s een hartstochtelijke liefde kan opwekken.
Aan de haven (niet vergelijkbaar met onze havens, eigenlijk gewoon een strand met honderden meters lange rijen pirogue’s) had ik een lang gesprek met een ex-visser die me wat vertelde over het leven op zee. Hij vreesde voor het voortbestaan van dit traditionele beroep want de Chinese vissersboten spreiden hun netten wel erg wijd.
Eigen regering en internationale gemeenschap sluiten de ogen voor deze problematiek. Het ziet ernaar uit dat deze fiere kleurige haven over tientallen jaren verandert in een botenkerkhof. 





zaterdag 2 maart 2013

Vrijwilligers en vrije tijd


17u30: de dag op het project zit erop. Even geen kinds kabaal meer en wat meer tijd voor onszelf. Dan profiteren we ervan om ons te amuseren met de toffe mede-vrijwilligers, stagiairs en sympathieke Senegalezen. Ook hebben we steeds het hele weekend waarin we batterijen kunnen opladen. De voorbije maanden hebben we geen kans laten liggen om te proeven van wat Senegal allemaal te bieden heeft. Zo trotseerden we de golven met een surfplank aan het strand van Yoff, fabriceerden we een barbecue, vierden het offerfeest of 'Tabaski' met onze Senegalese gastfamilie's en kregen we de gendarmerie op ons dak wegens té laat rondhangen op het strand. Ook Halloween, feestjes in Koulgraoul, een etentje bij Toulaye (de zus van Clemence), uitstapjes in en rond Dakar en bezoekjes aan kunstgalerijen en musea hebben we al achter de rug.

Het hele album met onze (gefotografeerde) belevenissen buiten de muren TSX vind je hier.



het offerfeest: VOOR
het offerfeest: NA
smakelijk! ;)



zondag 10 februari 2013

Saint-Louis in vogelvlucht


‘s Weekends proberen we niet stil te blijven zitten en gaan we onder de vrijwilligers zwemmen, sporten, picknicken, shoppen op de markt, uit eten, feesten, chillen, wandelen, cultuur opsnuiven enz.
Zo gingen we bijvoorbeeld baden in Lac Rose en namen we enkele weken geleden de taxi brousse naar Saint-Louis. Op zo’n twee dagen kan je toch al heel wat doen. In St. Louis spotten we de vogels in ‘Le Parc National de la Langue de Barbarie’, maakten we zandkastelen met de jeugd op het strand van ‘quartier des pêcheurs’ en prikkelden we onze smaakpapillen met een goed dinertje in ‘Le Kora’.

Foto’s van Lac Rose kan je hier bekijken, het album van Saint-Louis via deze link.


voor de deur van de jeugdherberg 'l'Atlantide'

vrijdag 11 januari 2013

Maurice in animal farm


Om m'n eerste weekend van het nieuwe jaar goed in te vullen, ging ik voorbije zaterdag naar het Parc forestier de Hann. Dit (enige) openbare park van Dakar ligt ver van het centrum en is een verademing voor diegenen die, zoals ik alweer, het stadslawaai niet de hele dag willen aanhoren. Al is het niet erg uitgestrekt, je kan er fijn wandelen of joggen en aangenaam picknicken bij zonnig weer. Ik was blij toch nog wat groen te zien tussen al dat hoofdstedelijk beton.
Op dit uitstapje, nam ik Maurice mee, de elfjarige zoon van de projectkokkin Clemence. Hij was al een keertje met me mee geweest naar Dakar en liet zich graag nog eens op sleeptouw nemen. Al was hij deze keer degene die mij rondleidde. In de dierentuin aan het park, die ik wilde bezoeken, was Maurice immers al drie keer geweest. Er was dus geen nood aan een gids.
Al was deze zoo (zoals veel dingen in Senegal) jammer genoeg wat verwaarloosd, toch kon hij me interessante dieren tonen. Ik geloof dat de dieren uitsluitend uit Senegal zelf kwamen. Dus  olifanten of giraffen zal je er niet zien. Wel leeuwen, antilopen, struisvogels, krokodillen, gorilla's, bavianen, pythons... 
Naast de ingang van de dierentuin, was een klein springkastelenpark geopend. Maurice zag z'n kans om zich eens op deze onbekende attractie te wagen. Als er geen tijdslimiet op het ronddollen in de speeltuin stond (1000 Cfa / halfuur), had hij zich er nog de hele dag in uitgeleefd. 
Voor we de taxi huiswaarts namen, wandelden we wat door het park zelf en werkten we nog een kleine snack naar binnen in een restaurantje aan de parkvijver. 
Dat was me een beestige dag!


Maurice stond erop de rugzak te dragen... 


de hutjes aan de vijver vormen de ideale plek
voor studenten om hun cursussen te blokken

     





maandag 24 december 2012

De eilanden aan de kaap


Cap Vert, het schiereiland waarop dakar gesticht werd, is het meest westlijke punt (of kaap) van het Afrikaanse continent. Dat maakt de hoofdstad het kruispunt tussen Afrika en het Westen en daardoor ook het politieke, economische en culturele centrum van West-Afrika. Dit is echter iet altijd zo geweest. In het begin van de kolonisatie, lang, lang geleden (15de eeuw), bleef Dakar een klein vissersdorpje zonder enig belang dat moest onderdoen voor een koloniale nederzetting op één van de vier eilanden rondom de kaap.
En over die eilanden wil ik het toch even hebben:

Ile de Gorée, het slaveneiland


De Portugezen zetten hier in het midden van de 15de eeuw voet aan wal en bouwden er een nederzetting. Geen slechte keuze want île de Gorée zou uitgroeien tot één van de grote handelscentra met Europa. Onder andere de slavenhandelaars zouden er gouden zaken doen. Het eiland werd dan ook fel betwist door andere naties zoals Nederland en Frankrijk.
Al heeft Gorée door de tand des tijds veel van zijn pracht verloren, is het nog steeds de moeite waard om door de smalle steegjes tussen de kleurrijke huizen te wandelen. Het deed me wat denken aan scènes uit The pirates of the Caribean. Captain Jack Sparrow zou er zo kunnen aanmeren. Een 'bottle of rum' op één van de vele terrasjes aan de baai zou misschien wel iets voor hem zijn geweest. Dankzij zijn historische waarde is île de Gorée uitgeroepen tot Unesco-werelderfgoed.
We bezochten er het 'Maison des esclaves' waar we een kleine rondleiding kregen van een nogal amateuristsche gids. Hij vertelde ons wat meer over de behandeling van de slaven in dit slavenhuis vooraleer ze werden overgescheept naar de Nieuwe Wereld. Je wordt er met heel wat geconfronteerd.
Achteraf wachtten wij op het strand op onze overzetboot. Deze ging daarentegen niet naar Amerika maar bracht ons weer veilig naar de haven van Dakar.



op de veerboot naar île de Gorée

de smalle pittoreske straatjes

het slavenhuis


Ile de la Madeleine, slangen en boababs


Op dit eiland woont niemand behalve de vogels en andere diertjes die van dit natuurreservaat hun (tijdelijk) thuis hebben gemaakt. Om de stadsdrukte maar weer eens te ontvluchten, namen we in een weekend de pirogue naar dit reservaat. We meerden aan in een baai waar je in prachtig helderblauw water kon baden. Na een kleien verkenningstocht, hielden we een picknick onder één van de typische baobabs tussen het dicht struikgewas. Achteraf namen we een duik.
Ooit leefde hier een Franse sergeant die naar het eiland verbannen werd. De ruïnes van zijn huisje kan je er nog zien. Deze soldaat heette 'Sarpan' en men had het dan ook vaak over 'île de Sarpan'. Later werd deze tweede naam van eiland verkeerdelijk begrepen als 'île aux Serpents'. Er zijn dus echter geen  slangen te zien maar een paradijs als de tuin van Eden was het me er wel.



 


Ile de Ngor, voor mensen met geld

 

Voor de kust van de gelijknamige wijk, ligt île de Ngor. Dit eiland is grotendeels bebouwd met villa's van de Senegalese jetset waaronder de beroemde artiest (en nu minister van cultuur) Youssou N'Dour.
Ook France Gall en Peter Gabriel hebben er een buitenverblijf. Na een korte wandeling langs de rotsachtige kust en de klippen van het eiland hebben we er een namiddagje gezwommen en in ligstoelen geluierd.



   
   

     



Ile de Yoff, geiten en geesten

Ook Yoff heeft zijn bescheiden eilandje. Maar net als île de la Madeleine is het onbewoond. Niet omdat het een beschermd reservaat is maar aangezien men gelooft dat er geesten ronddwalen. De vele geiten die er grazen, trekken zich alleszins niet veel aan van deze onzichtbare eilandbewoners.








woensdag 19 december 2012

Koulgraoul!


Voor wie eens van het Afrikaanse uitgaansleven wil proeven, is 'Koulgraoul' zeker een aanrader. Iedere eerste zaterdag van de maand wordt deze fuif georganiseerd in een hotel aan het strand van Ngor, een wijk naast Yoff. Zowel Senegalezen als Europeanen komen er een stap in de wereld zetten. De muziek die er gedraaid wordt, is dus een mooie mix van Afrikaanse ritmes, Cubaanse salsa (zeer populair hier in Senegal) en Westerse pop.
Na een week met dat klein grut op het project, komt ook voor ons zulk avondje zeker gelegen. We hoeven ons er ook niet voor te haasten. Het feestje begint pas écht rond één à twee uur 's nacht. Daarvoor valt er nog geen feestganger te bespeuren. Misschien ligt dat wel aan het feit dat Senegalezen 's avonds pas eten tussen 11u en 12u. Het komt er dus wel op neer tot dan goed wakker en actief te blijven. Want het enthousiasme daalt naarmate de late uren vorderen.
Een tas sterke koffie achteroverslaan dus en dan hop, de taxi in, op weg naar Koulgraoul, klaar om ons uit te leven op the African vibes.




zondag 9 december 2012

Les Papiers de l'Amour


Het institut français van Dakar bevindt zich in het hartje van de stad en is een goed toevluchtsoord voor diegenen die even aan de stadsdrukte willen ontsnappen. Binnen de muren van het instituut is het een oase van rust waar je gezellig iets kan eten/drinken, films bekijken, tentoonstellingen bezoeken, lezingen bijwonen, Wolof-cursussen volgen, van theatervoorstellingen met muziek en dans genieten, ...

De avond van 7 september namen we de taxi naar dit cultureel centrum om er het toneelstuk 'Les papiers de l'amour' te bekijken. Het stuk gaat over een Joodse advocate en een Palestijnse ingenieur die elkaar ontmoeten tijdens vredesonderhandelingen tussen Israël en Palestina in Genève. De vonk slaat meteen over. Maar door hun achtergrond verloopt hun liefdesverhaal niet meteen van een leien dakje.
Een mooie theatervoorstelling met prachtige dialogen en monologen. Of ik er nu alles van begrepen had of niet, het was aangenaam om naar te luisteren. Het verhaal is brandend actueel, niet enkel binnen het kader van de Israëlisch-Palestijns conflict, maar van toepassingen op alle samenlevingen. En waarom ook niet op die van Senegal? Hier leven al decennia lang talloze bevolkingsgroepen met verschillende religies en culturen naast elkaar en ook dat kan wel eens voor spanningen zorgen.







woensdag 5 december 2012

Folklore in Dakar


De avond van 4 december vond het eerste deel van het 'Festival International du Folklore de Dakar' plaats. Aan de voet van de heuvel waarop het gigantische monument voor de Afrikaanse wedergeboorte staat te pronken, kregen we een prachtig staaltje van de West-Afrikaanse muziek en dans te zien. De dansers, danseressen en muzikanten waren uitgedost in de traditionele kleurrijke kledij die hun dynamische dansen nog maar eens kracht bijzette. Het was een echt spektakel waarbij het djembé-geroffel het Dakarees verkeerslawaai wel eens zou kunnen overstemmen. De meisjes onder de vrijwilligers hebben zich ondertussen ook al geëngageerd om Afrikaanse danslessen te nemen. Misschien wel geen slecht idee om hun voorbeeld te volgen. Het is niet moeilijk om je te laten meeslepen door de Senegalese ritmes. 
Enkele foto's kunnen het gebeuren misschien beter illustreren: