vrijdag 7 december 2012

Jaune + Rouge = Orange


De lagere school waar de meeste projectkinderen les krijgen, telt maar liefst + 600 leerlingen, ingedeeld in twaalf klassen. We kregen de kans eens in de schoenen van de leerkracht te staan en iets bij te leren aan een klas van 50 kleine rakkers van het eerste leerjaar. Omdat ze konden lezen, schrijven noch rekenen, besloten we het eenvoudig te houden en hen de verschillenden kleuren aan te leren. Om hen uit te leggen hoe je met de primaire kleuren secundaire kon bekomen, mengden we rood, blauw en geel verfwater tot violet, groen en oranje (niet de werkelijke bijkleuren maar vereenvoudigd). Papieren met de hoofdkleuren en hun combinaties werden vervolgens op het schoolbord geplakt. Daarna kozen we leerlingen uit die om beurt met een grote dobbelsteen mochten gooien, met één van deze kleuren op elk vlak. Nadien konden ze kiezen uit een aantal afgedrukte objecten (bv. gele badeend, groene papegaai) met dezelfde kleur als degene die bovenaan kwam te liggen. Dit object moesten ze dan bij de juiste kleur op het bord kleven. Bij een geslaagde poging volgde een een luid applaus van wel honderd handjes. Een vrij simpel concept uiteindelijk maar de kinderen waren daarom niet minder enthousiast.



woensdag 5 december 2012

Een hart voor Aïssatou


Morgen (6 december), gaat één van de projectkinderen onder het mes. Vanaf haar geboorte heeft ze een gaatje in haar hart. Sinds een aantal weken ging haar toestand achteruit en enkele dagen geleden werd ze opgenomen in ziekenhuis. Het is nu aan de chirurg om het gaatje te dichten. Geen gemakkelijke opgave, lijkt me, vooral omdat Afrikaanse ziekenhuizen niet even gesofisticeerd zijn als de Europese. Gisteren sprongen we eens bij haar binnen met alle vrijwilligers en Samba. Ze was duidelijk blij met het bezoek. Hopelijk loopt alles goed af. Om Aïssatou alvast een hart onder de riem te steken, hebben we met de andere kinderen tijdens de tekenactiviteit allerlei kleurrijke hartjes getekend. Nadien bezorgden Samba en Philippe (mede-vrijwilliger) haar de kleine kunstwerkjes. 
Fingers crossed!



                                  

Folklore in Dakar


De avond van 4 december vond het eerste deel van het 'Festival International du Folklore de Dakar' plaats. Aan de voet van de heuvel waarop het gigantische monument voor de Afrikaanse wedergeboorte staat te pronken, kregen we een prachtig staaltje van de West-Afrikaanse muziek en dans te zien. De dansers, danseressen en muzikanten waren uitgedost in de traditionele kleurrijke kledij die hun dynamische dansen nog maar eens kracht bijzette. Het was een echt spektakel waarbij het djembé-geroffel het Dakarees verkeerslawaai wel eens zou kunnen overstemmen. De meisjes onder de vrijwilligers hebben zich ondertussen ook al geëngageerd om Afrikaanse danslessen te nemen. Misschien wel geen slecht idee om hun voorbeeld te volgen. Het is niet moeilijk om je te laten meeslepen door de Senegalese ritmes. 
Enkele foto's kunnen het gebeuren misschien beter illustreren:






dinsdag 4 december 2012

Wolof voor Dummies


We kunnen dan wel ons beste Frans bovenhalen om met de kinderen te praten, vaak verstaan ze er niets van. We moeten heel wat verduidelijken door uit te beelden. De kinderen van het project zijn voornamelijk opgegroeid met het Wolof, de taal van de gelijknamige bevolkingsgroep. In Senegal wonen veel verschillende etniciteiten, maar de Wolof zijn het talrijkst. Het Wolof is dus de omgangstaal die zowat elke Senegalees beheerst. Ook al behoren velen tot een ander volk zoals de Peul, Sérèr, Diola of Mandinka, elk met nog eens hun eigen taal. 
Het Frans mag dan wel aangeleerd worden op school, sommige volwassen zijn niet echt in staat een woordje in het Frans te wisselen (onderwijs is immers niet voor iedereen toegankelijk). Het is dan ook handig een woordje Wolof te kunnen spreken. Om de taxichauffeur duidelijk te maken waar je naartoe wil, om een winkelier te vertellen wat je wil aankopen of gewoon om het respect van een Senegalees te winnen.
Hier enkele handige uitdrukkingen:


goeiedag!                                      Salaamalekum
      antwoord                                Malekumsalaam

Hoe gaat het?                                Na nga deff?
                                      
Het gaat goed!                              Ma ngi fi (rekk)    (lett: ik ben hier)

Alles goed?                                   Yaa ngi ci diam?     (de 'c' spreek je uit als 'tsj')

Ja                                                   Waaw

Neen                                              Deedeet

Waar ga je naartoe?                       Foy dem?

Ik ga naar Dakar.                           Ma ngi dem Dakar.

Tot de volgende keer!                    Ba beneen yoon!



Ik wil graag een brood kopen        Dama begge djend mbourou.

Hoeveel kost het?                          Bi ñaata la?

Bedankt!                                        dieuredieuf!


Graag gedaan                                 ñoo koo bokk


Tot morgen!                                   Ba souba!




laat me gerust!                                Bay ma!


Ik ben moe.                                    Dama sonn.


Ik heb honger / dorst                      Dama khiff / mar


Ik ga eten.                                      Dinaa lekk.


Het is lekker.                                  neex na   (de 'x' spreek je uit als 'ch')



Andere leuke uitdrukkingen vind je in de rechterkolom bij het rubriekje 'Woordjes in het Wolof'.

Ik probeer er elke maandag een ander woord of zinnetje in te zetten dat ik de voorbije week heb geleerd  (kinderen zijn goede leraars).





maandag 3 december 2012

De hitte van de Sahel


Mijn eerste maanden hier in Dakar was het al meteen zweten geblazen. Het regenseizoen was net afgelopen en de brandende zon nam het weer over van de donkere regenwolken. Een sportieve prestatie in september en oktober zat er niet echt in. Ik zag er al tegenop om even naar de supermarkt te wandelen. Eenmaal de deur uit sloeg de zon genadeloos toe.
Zelfs de Senegalezen konden de hitte niet verdragen. Njaye, de man uit mijn Senegale familie, lag enkele dagen uitgeteld op zijn matras, de ventilator draaide op volle toeren. Het kwik steeg regelmatig tot 40° C. Of de klimaatsveranderingen er iets mee te maken hebben weet ik niet zeker. Maar we hebben hoe dan ook enkele bijzonder warme maanden achter de rug.
De opwarming van de aarde laat zich anders wel kennen in Senegal en de rest van de landstrook onder Sahara die we de Sahel noemen. De hele regio geeft te kampen met droogtes en verwoestijning. Drinkwater in het binnenland wordt schaars. In 2010 teisterde een hittegolf de streek. Boeren konden hun gewassen niet verbouwen en een hongersnood brak uit met vele vluchtelingen tot gevolg.
Hier in Dakar heb ik tot nu toe niet echt iets gemerkt van de climate change en mensen die ik erover aansprak leken me niet helemaal op de hoogte van de klimaatveranderingen. Maar misschien hoor ik in het binnenland heel andere verhalen.
Onlangs voerde 11.11.11 met dit filmpje campagne omtrent opwarming van de aarde. Ik hoop dat iedereen ondertussen weet dat dit clipje geënsceneerd is. De afrikaan die in het publiek zit vertolkt niet toevallig de rol van... een Senegalese boer.






zaterdag 1 december 2012

De kinderen van Dakar


Het project TSX werd oorspronkelijk opgericht om de levensomstandigheden van de talibé's te verbeteren. Later ving het ook gewone straatkinderen op. Allen zijn ze afkomstig van de kleine primitieve plattelandsdorpen verspreid over heel Senegal. De armoede dreef hen naar de hoofdstad waar de populatie sinds 2002 steeg van 1 miljoen naar meer dan 3 miljoen inwoners. En dit aantal blijft dagelijks stijgen zolang de situatie in het binnenland achteruit gaat. Dakar barst uit z'n voegen en kan onmogelijk aan alle nieuwkomers een beter leven bieden. De toekomst voor vele kinderen ziet er dus niet zo best uit. In Yoff kunnen er enkelen terecht in het project; kinderen met verschillende roots binnen Senegal - het land telt immers verscheidene volkeren als inwoners, zoals de Wolof en de Peul, elk met een andere taal en cultuur. Sommigen komen zelfs van over de grens en hebben nog familie in Gambia of Guinée-Bissau. Een mengelmoes van culturen binnen TSX dus, maar hun achtergrond valt enigzins te vergelijken.

De talibé's, leerlingen van de Koran


Deze groep bestaat uitsluitend uit jongens, vaak tussen de 4 en 18 jaar. Bij gebrek aan ondewijsmogelijkheden in de dorpen stuurden hun ouders hen naar de hoofdstad om er ondewezen te worden in de Islam. Een grote eer voor velen, want ze krijgen les van een marabout, een vooraanstaande islamgeleerde die rechtstreeks in contact staat met Allah en bovendien beschikt over bovennatuurlijke krachten. Deze marabout geeft zijn lessen echter niet gratis en aangezien de families geen rooie cent hebben moeten de talibé's alles zelf finaciëren. Ook hun eten moeten ze zelf bekostigen. Tussen de lesuren door zie je ze dus bedelend op straat. Hun kennis van het Frans, de officiële taal, beperkt zich tot "Donne-moi l'argent". Dat geld komt dan terecht in de handen van hun leraar die er, naargelang zijn aard, zichzelf mee verrijkt of het de talibé's zelf ten goede laat komen.
Is de opbrengst van de dag niet groot genoeg, dan kan een talibé zich verwachten aan sancties waaronder fysieke straffen. Samen met andere vrijwilligers en Samba brachten we al een bezoek aan een marabout. We werden hartelijk ontvangen en hij zag er wel goedaardig uit. Samba vertelde ons dat hij één van de progressieve islamgeleerden was met een open geest en zonder afkeer voor toubabs.  Maar wat er allemaal gebeurt achter de muren van een Daara, een koran-internaat, kunnen we niet echt met zekerheid weten. Marabouts genieten nog steeds veel aanzien en een kwaad woord over deze godsgeleerden wordt niet geapprecieerd. Ze zijn immers in staat een vloek over je uit te spreken die je ziek of gehandicapt maakt. Dat geloven alleszins de Senegalezen die hun oud (bij)geloof in geesten en magische krachten nog niet helemaal hebben opgegeven. Als er een talibé ziek valt, wordt nog steeds de oude traditionele behandeling toegepast, zoals cupping, waarbij glazen kopjes op hun huid wordt geplaatst en daarna vacuüm gezogen. Dit om de slechte lichaamsstoffen (of 'ziektegeesten') uit te drijven. Een effectievere verzorging krijgen ze van vrijwilligers wanneer ze binnenspringen in het project of wanneer we zelf een Daara bezoeken.

Jonge kinderen van ongeveer vier jaar worden dus naar Dakar gebracht om er in de leer te gaan bij zulke marabouts. Ze (over)leven tot hun 17 à 18 jaar in een Daara, een openluchtschool waar ze slapen in hutten, gefabriceerd met golfplaten. Vaak liggen ze met 30 jongens samen in een ruimte van 4 op 4 meter en missen zelfs het comfort van een matje of matras. Ze zijn gedwongen te bedelen om hun eten en onderwijs te betalen. Hebben ze niet genoeg geld ingezameld, worden ze gestraft.
De barre levensomstandigheden van deze koranleerlingen werden al aangekaart door de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, maar de problematiek heeft het internationale nieuws nog niet gehaald. Hun rapport vind je op http://www.hrw.org/reports/2010/04/15/backs-children-0

Les enfants de la rue

In tegenstelling tot de talibé's, weken de 'gewone' straatkinderen met het hele gezin uit naar Dakar. Een behoorlijk onderkomen kunnen ze zich niet permitteren. Veel gezinnen zoeken onderdak in werven van onafgewerkte huizen of appartementen (de constructie van een gebouw kan jaren duren; de werken eraan worden vaak stilgelegd voor enkele maanden). Het is goed mogelijk dat ze terechtkomen naast een mooie villa of luxe-appartement: armen en rijken leven hier naast elkaar, een bizar contrast. Eenmaal de werkzaamheden aan het huis afgerond zijn en de eigenaars er hun intrek in willen nemen, moeten de families verhuizen. Daarom zijn ze als het ware 'stadsnomaden'. De families moeten het stellen zonder water of elektriciteit. De zwakke muren kunnen hen niet altijd beschermen tegen het grillen van het regenseizoen. Voor voeding zijn ze dikwijls afhankelijk van hun rijkere buren die hen het overschot van hun maaltijd geven.
Omdat de meesten nog nooit van voorbehoedsmiddelen hebben gehoord en het bovendien aan mannen wettelijk toegestaan is meerdere vrouwen te hebben (max. 4), zijn arme gezinnen vrij groot. De ouders hebben dan ook hun handen vol met het zorgen voor inkomsten om de hele familie te onderhouden. Er gaat dus niet al te veel aandacht meer naar de kinderen die zich dan maar uitleven op straat. Of ze ontfermen zich over hun jongere broertje of zusje als de mama's werken. Vaak zie je ze aan de kant van de weg zakjes pindanootjes verkopen of sloven ze zich uit als dienstmeid bij rijkere gezinnen. Al deze omstandigheden brengen veel frustraties met zich mee. Die worden wel eens uitgewerkt op de kinderen, die in TSX soms wonden laten verzorgen die ze niet hebben opgelopen door te ravotten op straat...
Op het project proberen we hen zo goed mogelijk op te vangen en trachten we hun thuissituatie wat te compenseren met een forse dosis aandacht en toewijding. Ze kunnen zich er creatief en speels afreageren en zich in de watten laten leggen.



zondag 11 november 2012

De drijvende krachten achter TSX



Samba (links, natuurlijk) neemt de boekhouding voor zijn rekening. Ook bezoekt hij, vergezeld door enkele vrijwilligers, de families van de kansarme kinderen en onderhoudt hij het contact met de marabouts. Zo blijven ze op de hoogte van de thuissituatie van de kinderen. 
En zijn engagement houdt niet op bij TSX. Op zaterdag stoomt Samba nieuwe Senegalese studenten klaar voor een succesvolle opleiding aan de universiteit van Dakar.

Max is zowat de hoofdmonitor en tegelijk het grootste kind van het project. Zo gedraagt hij zich toch. Hij maakt zich daarmee wel heel populair en geniet het meeste gezag bij de kinderen. Deze zijn dan ook muisstil en aandachtig als hij z'n stem verheft. Max moet zich  natuurlijk niet voortdurend kwaad maken, ook al kunnen kan dat klein grut aardig wat streken uithalen.
Hij bruist van de energie en kan de kinderen steeds motiveren om enthousiast deel te nemen aan de namiddagactiviteiten. Na 18u gaat hij een balletje trappen op strand van Yoff en leidt straatkinderen  
                                                      op tot jonge voetbalbeloften.



Arthur is 's morgens vroeg uit de veren om het ontbijt voor de talibé's te prepareren. Samen met de vroege vogels onder de vrijwilligers, besmeert hij een berg stokbroden met choco en geeft hij al deze kinderen (ongeveer negentig) een beker warme melk. 
Rond 9u assisteert hij Max en Dominique bij het lesgeven aan de kleinsten. 
Arthur fungeert vooral als klusjesman binnen het project. Met het weinige materiaal dat er voor handen is, slaagt hij er toch in om de nodige reparaties uit te voeren.





Dominique staat ’s morgens voor zijn klasje van een zestal  leerlingen van 6 à 7 jaar.  Zij zijn nog net niet oud genoeg om achter de schoolbanken te mogen zitten. Hij houdt zich dan vooral bezig met hen de basis rekenen bij te brengen en het alfabet erin te hameren. 
Samen met Max en andere vrijwilligers bedenkt hij geschikte namiddagactiviteiten. Vanuit zijn ervaringen als leider in de scouts van Yoff kan hij wel wat ideeën op tafel leggen. 
Voor hij aan de slag ging bij TSX, was Dominique actief in de schrijnwerkerij. De kasten en rekken in het project zijn van zijn hand. Hij timmerde ook al een aantal tafeltjes ineen voor de vrijwilligers in hun logement.






De kokkin van dienst is Clémence. Zij staat de hele voormiddag in de keuken en maakt het middagmaal voor de kinderen en begeleiders klaar. Elke weekdag kent zijn vaste schotel. ‘Riz au poisson’ is standaard, maar de saus en groentjes die eraan toegevoegd zijn, verschillen. Ook honger is een goede saus: de kinderen slagen erin na slechts enkele minuten de berg rijst met vis achter de kiezen te hebben. Na de afwas legt Clémence zich te rusten of ontfermt ze zich over haar twee jaar oude dochtertje, Ilse.