vrijdag 10 mei 2013

Wat men thuis niet vindt...


Er zijn toeristen die Senegal aandoen omwille van de mooie natuur en de nationale parken. Er zijn er die komen voor de cultuur en Afrikaanse tradities. Er zijn er die ernaar afreizen om de zon op te zoeken en de heerlijke stranden. Er zijn er die gaan voor puur avontuur en met de rugzak het land willen doortrekken. Allemaal voor de hand liggende redenen om in je vakantie voor Senegal te kiezen. Maar als je je op een weekendavond aan het Senegalese uitgaansleven waagt, valt nog een heel andere reden je op: blanke mannen van middelbare leeftijd en ouder die zich wel heel intiem gedragen met jonge Afrikaanse meisjes. Blijkbaar vallen vele gepensioneerde Europeanen voor de Senegalese schoonheid. Sekstoerisme is voor vele Senegalese en West-Afrikaanse meisjes een eenvoudige manier om aan de kost te komen. Een dinertje en achteraf een stapje op de dansvloer in populaire clubs in dé uitgaansbuurten van Dakar, Ngor en Les Almadies, met cocktails op kosten van de klanten. Nadien volgt er voor de toerist ‘the real Senegalese experience’.
Maar denk niet dat enkel mannen hun lusten komen botvieren in Senegal en/of Gambia. Oudere blanke vrouwen die hand in hand lopen met een Afrikaanse ‘boy’ zijn me al niet meer ongewoon. De hele vakantie worden ze door hen vergezeld als ‘guide with benefits’. Nu ja, ieder zijn goesting zeker. Ik vind het alleszins walgelijk. Niet moeilijk dat Afrikanen een slecht beeld krijgen van Europese reizigers. Ze spraken me al vaak verwijtend aan dat ik naar Senegal gekomen ben omwille van het vrouwelijk schoon. Geef mij maar één van die eerstgenoemde redenen.


deze dame gaat in Senegal "op stap" met een zwarte die de naam 'sneeuw' draagt.
De volledige grap uit de stripreeks van 'Rooie Oortjes' lees je via deze link.

In de Daara


Ik heb het al geregeld gehad over een Daara. Even opfrissen: dat is een soort internaat waar kinderen tussen de 5 en 18 jaar (ruw geschat) wonen om er de Koran, het heilige boek van de Islam, te bestuderen en uit het hoofd leren. Zulke kinderen noemen we ‘talibé’s’, wat in het Arabisch simpelweg ‘leerling’ betekent. Hun leraar wordt in de volkstaal een marabout genoemd, niet te verwarren met de grote marabouts, dwz. de geestelijke leiders of cheikhs, waar ik in het bericht ‘En we gaan op bedevaart’ over sprak.
De talibé’s in Dakar en andere Senegalese steden komen van allerlei (buur)landen. Ik heb zelfs de indruk dat de meeste Koranleerlingen niet eens in Senegal geboren zijn. Als je merkt dat ze geen Wolof spreken, is de kans groot dat ze tot de Peul-bevolkingsgroep behoren. Dat wil dikwijls zeggen dat ze helemaal vanuit Guinea of Guinea-Bissau komen. Sommigen hebben dan weer roots in Mali.
Tijdens onze reis in Mali las ik in ‘la Musée National de Bamako’ dat bedelarij in Koranscholen al een eeuwenlange traditie is, in de overtuiging dat het harde leven op straat je wat belangrijke levenslessen bijbrengt over nederigheid, soberheid e.d.
De dag van vandaag wordt dit gegeven erg uitgebuit door enkele marabouts en brengen talibé’s haast de hele dag op straat door. Het grootste deel opbrengst gaat naar hun leraar. Er wordt amper geïnvesteerd in veiligheid, gezondheid, hygiëne en comfort in de Daara's. Zo slapen ze met dertig in kleine barakken (eerder stallen). Het komt voor dat marabouts in dezelfde omstandigheden leven als hun leerlingen. Ik vraag me dan enkel af waar het bedelgeld naartoe gaat als niemand, noch marabout noch talibé, er voordeel uit blijkt te halen. Het bedrag dat een talibé dagelijks ‘verdient’ valt niet te onderschatten.
Nu heb ik jullie tot nu toe nooit een visueel beeld kunnen geven van zo’n veelbesproken Daara. De laatste keer dat we er ééntje bezochten om de leerlingen te verzorgen, namen we ons fotoapparaat mee en trokken we stiekem wat foto's:


De zwermen vliegen in dit kamertje kregen we
niet in beeld. Het is er erg warm en vele planken
van de wand hangen los.

Abbi, een Amerikaanse vrijwilligster,
gaat wekelijks op bezoek in de Daara

Die dag kwamen er slechts weinig talibé's. Ik zat even zonder werk...

maandag 6 mei 2013

Dimanche à Bamako


Ondertussen ben ik al een weekje terug van de reis naar Mali. Welke ervaringen we hebben opgedaan in Bamako en de rest van het zuiden kan je lezen in m'n reisverslag 'Dimanche à Bamako' (bovenaan) waar ik nog steeds aan bezig ben. 
De foto's kan je in ieder geval al bekijken in het album Gekke bekken in Mali ;)


Amadou en Mariam is een wereldberoemd Malinees muziek duo.
Opmerkelijk is dat ze beiden blind zijn. 


maandag 15 april 2013

Van het ene avontuur in het andere


Verleden week kneep ik er even tussenuit en trok met m'n oudere broer naar zuidelijke Guinea-Bissau. Het is slechts een kleine staat maar heeft al heel wat achter de rug. Guinea-Bissau zal me altijd bijblijven als een land waar alles steeds in verandering is. Waarom, leg ik later uit.
Morgen maak ik de reis naar een ander West-Afrikaans land waar omwentelingen ook volop aan de gang zijn. Enkele weken geleden vroegen we ons visum aan in de ambassade van Mali. Nadien kochten we meteen een busticket rechtstreeks naar de hoofdstad Bamako. Ondanks de oorlog die het noorden van het land onveilig maakt, gaat het leven in het zuiden en de hoofdstad zijn gewone gangetje. We hopen van dat leven wat mee te kunnen proeven en onze verhalen achteraf te delen. De beelden van de trip in Guinea-Bissau en zijn prachtige eilanden staan alvast online.







zaterdag 30 maart 2013

Kleine kinderen met een aangrijpende achtergrond


Het project telt ongeveer 40 straatkinderen. Allen kunnen ze zowel je hart doen smelten als het bloed vanonder je nagels halen. Na zeven maanden heb je toch al een hechte band met hen opgebouwd maar van hun achtergrond weten we haast niets af. Wanneer verhalen over hun verleden ons ter ore komen, staan we vaak versteld.

Kleine Clémence, aka Diacoundous


Clémence was sinds de vorige zomervakantie een nieuwkomertje in TSX. Niet enkel het project was voor haar een nieuwe beleving. Ze was, net als wij, maar net in de grote chaotische stad Dakar gestrand en we merkten dat ze zich, na enkele maanden, nog steeds niet thuis voelde. Omdat ze de omgangstaal, het Wolof, niet sprak, had ze moeite om vriendjes te maken en liep ze een achterstand op in de klas. 
Clémence's roots liggen in Youtou, een afgelegen dorpje in de Casamance. Ze groeide er op in de lemen hutten tussen de natuur. Een paradijs voor velen maar de levensomstandigheden zijn er niet altijd even aangenaam: geen water, geen elektriciteit, niet voldoende werk. 
Het leven is er vrij eenvoudig, iedereen draagt z'n steentje bij aan de kleine gemeenschap in ruil voor bv. plaatselijk geoogste rijst. Ook onderhouden gezinnen zichzelf met behulp van eigen plantages en kleinvee. Maar wat als de natuur eens onverbiddelijk toeslaat? Een oogst die mislukt of een epidemie die de varkens doodt. 
In de overtuiging dat Clémence of Diacoundous, zoals ze werkelijk heet, het beter zou hebben in Dakar, stuurden haar ouders haar mee met Toulaye. Zij is de zus van projectkokkin Clémence, ook afkomstig van Youtou. Omdat Toulaye, eenmaal terug in de hoofdstad, voor haar eenjarig dochtertje moet zorgen en haar gezin het zelf niet zo breed heeft, gaat er slechts weinig aandacht naar Diacoundous. Ze droeg haar dus over aan haar zus, Clémence. Maar ook zij heeft de middelen niet om Diacoundous onder haar hoede te nemen.
Nu wisselt de kleine Clémence, die de naam van haar nieuwe 'mama' overnam, af van onderkomen tussen het project en Toulaye's appartementje. Ze heeft bovendien niemand die voor haar een echte moeder- of vaderrol kan vervullen en wordt wat verwaarloosd.
Is ze in Dakar echt beter af dan in haar dorpje Youtou?


Vivianne, een Liberiaans oorlogskind


Vivianne is een nieuweling sinds oktober 2012. Net als kleine Clémence leeft ze nog niet zo lang in Dakar. Senegal is bovendien niet haar thuisland. Dat land ligt 2000 km verder weg.
Vivianne is afkomstig van Liberia, een staat met een opmerkelijke geschiedenis omdat het nooit gekoloniseerd werd. Vanaf de jaren 80' werd het land geteisterd door staatsgrepen en burgeroorlogen.
Gestoorde tyrans als Charles Taylor, die nu z'n dagen slijt in een cel in Den Haag, hebben in Liberia een enorme schade aangericht. Oorlogen onder zijn bewind kostten vele mensen het leven en inwoners verlieten massaal het land.
Vivianne's vader kwam om in zulk conflict. Sindsdien is haar moeder op de vlucht, op zoek naar een stabiele plek waar haar dochter kan opgroeien. Ik geloof dat ze ook een tijdje in Gambia verbleven. Ondertussen wonen ze bij een tante in Dakar waar ze Engels spreken. Wanneer ik Vivianne vraag: 'how are you?', antwoordt ze steevast 'I'm fine!'


Aïssatou, onder het Zwitsers mes


Over Aïssatou schreef ik al twee berichtjes over haar steeds uitgestelde hartoperatie. Toen wist ik nog niet zeker wat er met haar zou gebeuren. Nu komt er schot in de zaak.
Twee verpleegtsers in spe die stage liepen in datzelfde ziekenhuis vingen Aïssatou's verhaal op en contacteerden een Zwitsers NGO. Deze organisatie wil haar naar Zwitserland laten overvliegen om de operatie daar laten uitvoeren. Het NGO zal instaan voor alle financiën. Samba bracht inmiddels alle nodige documentatie in orde. Ik vraag me alleen af waar we nu nog op wachten...

Aïssatou met haar zusje

Baye Zale, le policier


Dan is er nog Baye Zale: één van de jongsten op het project en een echte rakker. Ondanks zijn jonge leeftijd, weet hij al zeker wat hij later wilt worden: politieagent. Leuk beroep, maar waarom?
Zoals in vele arme familie's doen frustraties de gezinssituatie uit de hand lopen. Niet enkel de partners zijn slachtoffer van huiselijk geweld. De kinderen houden er natuurlijk ook trauma's aan over.
Baye Zale zag hoe zijn moeder door haar man werd afgeranseld. Nu is hij er vast van overtuigd dat hij het zijn vader later, eenmaal politieagent, ongestraft betaald kan zetten. 




donderdag 28 maart 2013

It's time for Africa!


Sinds kort leren we de kinderen de landen van het Afrikaanse continent aan. Zo proberen we hun wereldbeeld te verbreden. Het is niet eenvoudig want de aandacht verslapt snel maar ze zijn wel gemotiveerd om wat meer te leren over Senegals naburige landen. We maken met hen een korte virtuele reis door de Afrikaanse staten en vertellen hen wat deze kenmerkt: op kamelen rijden in Mauretanië en Mali, maar pas op voor de rebellen; koersen in Burkina Faso en tropisch fruit eten in Guinea; tenslotte elkaar in Gambia begroeten met 'How are you?'.
Nadien kleuren ze de landen die ze aanleerden in tot een kleurrijk Afrika. 


























Zand, zand en nog eens zand


Yoff mag dan wel enerverend zanderig zijn, zand hoeft je niet altijd te irriteren. De woestijn van Lompoul op 170 km van Dakar en lijkt met z’n uitgestrekte duinen op een miniatuur van de Sahara. Het voorbije weekend brachten we er een nachtje door in tenten en liepen we blootvoets over de hete zandkorrels. ’s Avonds vielen we aan op een grote schaal couscous en lamsvlees en dansten we op djembé-muziek. Aan een kampvuur gierden we van het lachen bij het luisteren naar twee Senegalezen en hun verhalen over de Senegalese gazelles of nana’s, waarmee men hier vaak ‘vrouwen’ bedoelt. Ze hadden daarbij ook wel oog voor de meisjes in ons gezelschap. 

Het fotoalbum valt te bekijken via deze link.